Vraag een willekeurige verlader wat vervoer kost en hij rekent in kilometers. Vraag een koerier hetzelfde en hij rekent in wachttijd. In dat verschil zit vrijwel de hele economie van het spoedtransport verstopt.
Bij bulkvervoer worden de vaste kosten uitgesmeerd over een volle trailer en honderden kilometers. Bij een spoedzending gebeurt het omgekeerde: één zending, één voertuig, één chauffeur die niets anders doet. Elk moment dat het voertuig stilstaat, telt door in de prijs.
De chauffeur rijdt niet naar een adres. Hij rijdt naar een tijdstip.
Daar komt bij dat spoedvervoer bijna per definitie ongeplande vraag is. Een laboratorium belt omdat een bepaling niet mee kon op de reguliere ronde. Een productielijn staat stil omdat een onderdeel ontbreekt. Niemand plant dat in — en juist daarom moet er altijd capaciteit klaarstaan die op dat moment niets verdient.
De sector heeft daar drie antwoorden op gevonden. Vervoerders die zich specialiseren en een hoger tarief kunnen vragen. Vervoerders die samenwerken in netwerken en elkaars ritten opvangen. En vervoerders die het proberen met volume en scherpe prijzen, waarvan er per jaar een aantal omvallen.